vrijdag 31 januari 2014

Kitsch, Taart en Bronchitis


‘Waar is iedereen?!’, denk ik bij mezelf als ik door de besneeuwde straten van Potsdam loop. Het is tien uur, ben ik nu echt de enige die wakker is op maandag ochtend?
Het antwoord op deze vraag blijkt ja. Ik heb de voormalige Pruisisch residentieplaats, op een jogger na, voor mijzelf. Ik was eerder in Potsdam geweest en de vorige keren had het meer op een bouwput dan op een stad geleden. Met open ogen gaapte ik dan ook de nieuwe gebouwen aan.
Wat. Een. Kitsch. AF-GRIJ-SE-LIJK. Ik snapte wat ze wilde doen en het zag er ook allemaal wel mooi uit, maar het was naar mijn idee te gekunsteld. Alsof ik Volendam binnenliep en iemand klaarstond om me klompen aan te trekken.
Met dezelfde rillingen over mijn rug liep ik door de winkelstraten.
Die etalages, die luifeltjes. Ik nam me direct voor om nooit naar Wenen te gaan, omdat ik het Sissi gehalte waarschijnlijk niet aan zou kunnen. 


Eenmaal aangekomen bij de paleizen leek mijn afschuw voor kitsch (of ochtendhumeur) afgenomen. Het begon te sneeuwen en de verlaten paleizen en tuinen zagen er sprookjesachtig uit. Luid zingend vervolgde ik mijn weg van Sans Sourci naar het Neuen Palais. Ik was toch alleen. Na drie kilometer verscheen er tussen de bomen het Neuen Palais. Zo mooi.


 'Ja, u kunt het paleis ook bezoeken.' Alleen; nur mit ein Deutsche Fuhrung. War das ein Problem? Nein, kein Problem. Ik heb alles kunnen verstaan. Ook het verzoek om de paleispantoffels aan te trekken, zodat de vloer niet beschadigt raakte. Al glijdend over de vloeren bewonderde ik de hoge kamers, met origineel behang uit 17zoveel. De verwarming waren ze ook in 17nogwat vergeten, want het paleis werd niet verwarmd. Ik kon mijn adem zien en er stonden ijskristallen op de ramen.
Opeens werd ik me er bewust van dat ik het enorm koud had. Zo koud, dat ik na de rondleiding de stad in stapte, bij de eerste schoenenwinkel binnen liep met de mededeling: Meine FuBen sind natt, Ich brauche neue Schühe, om vervolgens met een waterdicht, met wol gevoerd, paar naar buiten liep. Wat ben ik blij met die dingen! Ik zou een paragraaf kunnen wijden over hoe geweldig ze zijn. Maar dat doe ik niet. 

Ik stapte vrolijk verder op mijn hemelse schoenen naar het Höllandische Viertel. 134 huisjes met Nederlandse geveltjes, gebouwd in 1733 om de Nederlandse arbeidsimmigranten wat meer thuis te laten voelen. Nu woont er niemand meer en is het een soort mini openlucht museum geworden met winkeltjes en cafeetjes Bij het café Maison du Chocolat ben ik neergestreken en heb ik uit hun taartencollectie gekozen voor de truffeltaart. Duitsland is daarin echt een land naar mijn hart. In bijna elk café kan je kiezen uit een stuk of zes taarten. Kopje thee erbij, boekje; ideaal.

Boarding is ondertussen veranderd in een soort ziekenboeg. Al hoestend, zuchtend, zwelgend in zelfmedelijden lopen de studenten over de gangen. We houden er al acht de hele week thuis. Ze hebben allemaal nare dingen als bronchitis en iets wat ‘angina’ heet. Ik weet niet wat het in het Nederlands is, maar ik durf het niet te googlen omdat ik bang ben voor de smerige plaatjes die ik dan waarschijnlijk ga zien. Verhalen over bergen snot, vlekken en blaasjes doofden mijn oorspronkelijke nieuwsgierigheid. Ik pas goed op mijzelf en ben, tot nu toe, nog niet ziek.
Veel mandarijnen, thee, buitenlucht en boeken, ik kan het iedereen aanraden.

zaterdag 25 januari 2014

Blauwe Maandag en Kaviaar



Brandenburger Tor
Klats! Daar gaat er alweer één.
Het is maandagochtend, 20 januari, beter bekend als Blue Monday en ik sta voor de Brandenburger Tor. Het is ijskoud en voor de voorbijgangers waar ik al vijf minuten naar sta te kijken zal het zeker een blauwe maandag zijn. De extreme koud, regenval en gladde tegels hebben Berlijn verandert in een ijsbaan. Voetgangers, fietsers, jong, oud, iedereen probeert overeind te blijven op de spekgladde ondergrond. Later, als ik me al schaatsend over de straten voortbeweeg, valt er vlak naast me een vrouw van haar fiets. Ik help haar overeind en zie haar van pijn vertrokken gezicht. Ik zet haar op de stoep neer en kijk naar haar fiets. Haar trapper is afgebroken en haar stuur staat scheef. Later, als ze van de schrik bekomen is, loopt ze met haar fiets in de hand voorzichtig verder.

De winter is naar Berlijn gekomen. Met het weekend kwam de vrieskoud en dinsdag kwam de sneeuw. Terwijl ik enig sinds chagrijnig uit het raam van een klaslokaal staarde, glommen de gezichten om mij heen. MEVROUW, HET SNEEUWT! Even later zag ik door datzelfde raam leerlingen sneeuwballen naar elkaar gooien. Ook in boarding was de stemming opperbest. Toen iemand vertelde dat het woensdag -15 zou worden, stonden er twee Russische meisjes te juichen. Eindelijk, het wordt echt winter.

Die echte winter was te voelen toen ik maandag een lange wandeling door Berlijn maakte. Klappertandend en met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken liep ik, zo goed of kwaad als het ging, door de stad. De Brandenburger Tor achter me latend dwaalde ik door de straten, om me uiteindelijk door de Fehrnsturm te laten leiden. Alexanderplatz, het Rote Rathaus. Herinneringen van drie eerdere bezoeken aan Berlijn kwamen boven. De kou kwam me bekend voor uit V5, Alexanderplatz leek leeg en saai in vergelijking met de vrolijke kraampjes en artiesten die er in de zomer staan en toen ik de fontein zag moest ik even grinniken.
  

Ik onderbrak mijn verkenningstocht door het nemen van een welverdiende opwarm pauze. 
De taarten in de etalage van het café trokken me naar binnen. Een ober, een praatje en een taartje later voelde ik mij helemaal op mijn gemak in de ze nieuwe stad. 

Neue Synagoge

In boarding voel ik me ook steeds meer thuis. Hoewel het soms wel echt anders kan zijn. De boarders lijken allemaal heel normaal. Toch gebeurt er soms iets waardoor ik het idee heb dat ik van een andere planeet kom.
Gisteren bijvoorbeeld. Ik was aan het lunchen en er kwamen een paar jongens binnen die ook pauze hadden. Een van hen droeg een grote, rode pot. Wat doet dit in boarding, vroegen ze me. Geen idee, zei ik, waar heb je het vandaag? ‘Uit de koelkast en er staat geen naam op’ (dit betekend dat het eten is wat iedereen mag eten). Ik bleef een beetje glazig naar de pot staren. De jongens keken me vragend aan. Weet je wel wat dit is? Ik schudde van nee. Dit is kaviaar. O, zei ik, dat heb ik nog nooit gegeten. 
Met open mond staarde ze me aan. “Wat?, zei er een Russische jongen, heb je nog nooit kaviaar
gegeten?! Ze vertelden me dat er in Rusland veel kaviaar wordt gegeten omdat het daar vandaan komt. Dit was overigens rode kaviaar, niet zo zeldzaam als de zwarte kaviaar uit de Kaspische zee. Ze gaven me een lepel om te proeven. Het was best lekker, het smaakt een beetje naar de nasmaak van haring. De smaak blijft alleen uren op je lippen hangen. O ja, dat waren ze vergeten te vertellen. Daarom moet je het eindelijk ook met brood eten.

Vanochtend keek ik de pot in de koelkast aan en dacht; goh, toch wel een heel andere wereld waar ik nu ben. do svidanya!




vrijdag 17 januari 2014

Welcome ... Sèèskia? Sooskia? Zozkja?

Ik heb niet de makkelijkste naam om op een internationale school te werken.
Bij iedereen waar ik me aan voorstel loopt het gesprek ongeveer zo:
'Hi, I'm Saskia.'
'Oh hi...  What's your name again?'
'Saskia'
'Seekia?'
 'Saskia'
'Sooskia?'
 'Saskia'
... Ehh. What's your last name?
'Cluistra'
Can you spell that for me?
'C-L-U ..
Never mind. We'll let the kids call you Miss C.

Mijn baas wilde per sé mijn naam goed zeggen en heeft het me acht keer laten herhalen, met als resultaat dat het van Seeeskia naar Zozkja is gegaan. Hij wilde het zo graag goed doen en het werd bij elke poging slechter, dat ik hem maar niet verbeterde. Het resultaat is dat hij me heel consequent en heel nadrukkelijk Zozkja noemt.

Dit is een beetje iedereen's houding hier. Ze zijn erg aardig en vriendelijk voor me. Haast griezelig. Iris zei dat ik niet bang hoefde te zijn, zo zijn Amerikanen gewoon. Ze willen het me allemaal erg naar zijn zin maken.
Ik heb een mooie kamer, eigen douche, toilet. Erg leuk allemaal.

Wat doe ik daarvoor terug vraag je je misschien af. Nou, ik werk 15 uur op de kostschool (boarding). Tijdens deze uren zorg ik ervoor dat iedereen op tijd op school komt, kan eten, hun huiswerk maakt ect.
Dat eten hoef ik overigens niet zelf te verzorgen. Het wordt elke ochtend en avond door een catering bedrijf gebracht.
Inderdaad. Ik heb een heel zwaar leven.

Mijn andere uren ben ik Miss. C. en loop ik stage bij Grade 6 (groep 8) Grade 7 (klas 1) en Grade 8 (klas 2) van de Middle school bij het vak Humanities (Mens en Maatschappij). Leerlingen zijn hier niet op niveau, maar op leeftijd ingedeeld. Het niveau verschil is dus per klas groot. Daarnaast spreekt niet iedereen even goed Engels.
Daartegenover staat dat mijn klassen heel klein zijn (13-15 leerlingen).
Leuk, zo'n prive school. Opnieuw, heel zwaar leven.
De school is erg creatief en erg werken erg enthousiaste leraren.
Gisteren ben ik bij een les geweest waar de leerlingen op de grond op hun rug moesten liggen en een deel van de Sixtijnse kappel moesten naschilderen.

KulturForum
Vandaag ben ik met diezelfde klassen, Grade 8, meegeweest op excursie naar het KulturForum. Daar hebben ze Renaissance kunst gekeken, een rondleiding gekregen en zelf details uit schilderijen nagetekend.
Kortom. Ik ben er net, maar ik zit er al middenin.
Het is soms nogal overweldigend, maar er is hier in ieder geval genoeg te doen.
's Avonds slaap ik in ieder geval als een roosje, want de hele dag Engels praten is vermoeiend. Ik spreek gelukkig ook een aardig woordje Duits, dat heeft me in de afgelopen dagen al veel geholpen. De administratie van de school is Duits, net als de ICT afdeling en daar heb ik al (naar mijn idee) uren gezeten om al mijn pasjes, sleutels en internet te regelen.
Alles werkt nu, dus ik kan jullie op de hoogte houden.

Tschusss!