| Brandenburger Tor |
Klats! Daar gaat er alweer één.
Het is maandagochtend, 20 januari, beter bekend als Blue Monday en ik sta voor de Brandenburger Tor. Het is ijskoud en voor de voorbijgangers waar ik al vijf minuten naar sta te kijken zal het zeker een blauwe maandag zijn. De extreme koud, regenval en gladde tegels hebben Berlijn verandert in een ijsbaan. Voetgangers, fietsers, jong, oud, iedereen probeert overeind te blijven op de spekgladde ondergrond. Later, als ik me al schaatsend over de straten voortbeweeg, valt er vlak naast me een vrouw van haar fiets. Ik help haar overeind en zie haar van pijn vertrokken gezicht. Ik zet haar op de stoep neer en kijk naar haar fiets. Haar trapper is afgebroken en haar stuur staat scheef. Later, als ze van de schrik bekomen is, loopt ze met haar fiets in de hand voorzichtig verder.
De winter is naar Berlijn gekomen. Met het weekend kwam de vrieskoud en dinsdag kwam de sneeuw. Terwijl ik enig sinds chagrijnig uit het raam van een klaslokaal staarde, glommen de gezichten om mij heen. MEVROUW, HET SNEEUWT! Even later zag ik door datzelfde raam leerlingen sneeuwballen naar elkaar gooien. Ook in boarding was de stemming opperbest. Toen iemand vertelde dat het woensdag -15 zou worden, stonden er twee Russische meisjes te juichen. Eindelijk, het wordt echt winter.
Die echte winter was te voelen toen ik maandag een lange wandeling door Berlijn
maakte. Klappertandend en met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken
liep ik, zo goed of kwaad als het ging, door de stad. De Brandenburger Tor achter
me latend dwaalde ik door de straten, om me uiteindelijk door de Fehrnsturm te
laten leiden. Alexanderplatz, het Rote Rathaus. Herinneringen van drie eerdere
bezoeken aan Berlijn kwamen boven. De kou kwam me bekend voor uit V5,
Alexanderplatz leek leeg en saai in vergelijking met de vrolijke kraampjes en
artiesten die er in de zomer staan en toen ik de fontein zag moest ik even
grinniken.
Het is maandagochtend, 20 januari, beter bekend als Blue Monday en ik sta voor de Brandenburger Tor. Het is ijskoud en voor de voorbijgangers waar ik al vijf minuten naar sta te kijken zal het zeker een blauwe maandag zijn. De extreme koud, regenval en gladde tegels hebben Berlijn verandert in een ijsbaan. Voetgangers, fietsers, jong, oud, iedereen probeert overeind te blijven op de spekgladde ondergrond. Later, als ik me al schaatsend over de straten voortbeweeg, valt er vlak naast me een vrouw van haar fiets. Ik help haar overeind en zie haar van pijn vertrokken gezicht. Ik zet haar op de stoep neer en kijk naar haar fiets. Haar trapper is afgebroken en haar stuur staat scheef. Later, als ze van de schrik bekomen is, loopt ze met haar fiets in de hand voorzichtig verder.
De winter is naar Berlijn gekomen. Met het weekend kwam de vrieskoud en dinsdag kwam de sneeuw. Terwijl ik enig sinds chagrijnig uit het raam van een klaslokaal staarde, glommen de gezichten om mij heen. MEVROUW, HET SNEEUWT! Even later zag ik door datzelfde raam leerlingen sneeuwballen naar elkaar gooien. Ook in boarding was de stemming opperbest. Toen iemand vertelde dat het woensdag -15 zou worden, stonden er twee Russische meisjes te juichen. Eindelijk, het wordt echt winter.
Ik onderbrak mijn verkenningstocht door het nemen van een welverdiende opwarm
pauze.
De taarten in de etalage van het café trokken me naar binnen. Een ober,
een praatje en een taartje later voelde ik mij helemaal op mijn gemak in de ze
nieuwe stad.
| Neue Synagoge |
In boarding voel ik me ook steeds meer thuis. Hoewel het soms wel echt anders kan zijn. De boarders lijken allemaal heel normaal. Toch gebeurt er soms iets waardoor ik het idee heb dat ik van een andere planeet kom.
Gisteren bijvoorbeeld. Ik was aan het lunchen en er kwamen een paar jongens binnen die ook pauze hadden. Een van hen droeg een grote, rode pot. Wat doet dit in boarding, vroegen ze me. Geen idee, zei ik, waar heb je het vandaag? ‘Uit de koelkast en er staat geen naam op’ (dit betekend dat het eten is wat iedereen mag eten). Ik bleef een beetje glazig naar de pot staren. De jongens keken me vragend aan. Weet je wel wat dit is? Ik schudde van nee. Dit is kaviaar. O, zei ik, dat heb ik nog nooit gegeten.
Met open mond staarde ze me
aan. “Wat?, zei er een Russische jongen, heb je nog nooit kaviaar
gegeten?! Ze
vertelden me dat er in Rusland veel kaviaar wordt gegeten omdat het daar
vandaan komt. Dit was overigens rode kaviaar, niet zo zeldzaam als de zwarte
kaviaar uit de Kaspische zee. Ze gaven me een lepel om te proeven. Het was best
lekker, het smaakt een beetje naar de nasmaak van haring. De smaak blijft
alleen uren op je lippen hangen. O ja, dat waren ze vergeten te vertellen.
Daarom moet je het eindelijk ook met brood eten.Vanochtend keek ik de pot in de koelkast aan en dacht; goh, toch wel een heel andere wereld waar ik nu ben. do svidanya!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten